Verslag ter plaatse: Als wij voor elke keer dat de termen ‘luxe' en ‘decadentie’ zijn gevallen, een dubbeltje hadden gekregen, dan zouden wij nu zelf ook een behoorlijk luxe en decadent leven leiden... Vanochtend vroeg vertrokken wij naar de Radboud Universiteit in Nijmegen. Hier kregen wij twee colleges: het ene, getiteld ‘Goede keizers, slechte keizers’, ging over hoe wij tegenwoordig over de Romeinse keizers denken en in hoeverre dat beeld ook daadwerkelijk klopt. Hollywood blijkt grote invloed te hebben op ons beeld van de keizers doordat in films de minder geliefde keizers afgeschilderd worden als fascistische alleenheersers, terwijl de betere keizers buiten beeld blijven. Het andere college ging over de Romeinse badcultuur. Wat ons vooral bijgebleven is van dit college is de opgegraven Romeinse privé-boiler. De enige andere boiler die ooit is gevonden, is op de bodem van de zee beland tijdens het transport naar Engeland.
Na afloop kregen wij een lunchbon van 3,50 euro aangeboden, waarmee wij onze lunch konden samenstellen in de kantine van de universiteit. Na ons volgepropt te hebben met saucijzenbroodjes, kroketten, croissantjes en andere lekkernijen, was het tijd voor een bezoek aan het Valkhof Museum. Twee jaar geleden hebben wij dit museum al eens bezocht. Toen stond de tentoonstelling in het teken van Herculaneum. Dit jaar was het onderwerp: ‘Luxe en Decadentie’. Toevalligerwijs hadden wij dezelfde rondleider als de vorige keer. Hij vertelde, met grote passie, over alle luxe en decadentie in het Romeinse rijk. Op een Romeinse vaas lazen we de herkomst van het object en zijn maker. ΣΑΛΠΙΩΝ ΑθΗΝAΙΟΣ (ΜΕ) ΕΠΟΙΗΣΕΝ stond erop, wat een 2000 jaar oude manier is om te zeggen: ‘Made in Greece’. Ook hebben wij de befaamde boiler van de lezing in levenden lijve kunnen aanschouwen.
Door Pim Otte en Stefan Hugtenburg (4G)