Leerlingbegeleiding

Collage leerlingbegeleiding 2014

De leerlingbegeleiding op het Mendelcollege heeft als doel alle leerlingen in hun ontwikkelings- en leerprocessen te ondersteunen. Het onderwijs aan de huidige leerling speelt in op de veranderende eisen van het individu. Wil de leerling goed kunnen functioneren in een vervolgstudie of maatschappelijke carrière, dan vraagt dit van de leerlingen een instelling die zelfstandigheid, werken in groepsverband en verantwoordelijkheidsgevoel combineert. Docenten stimuleren leerlingen deze instelling te ontwikkelen. De vernieuwingen in het onderwijs dragen hiertoe bij. Aandacht voor de sociale vaardigheden van de leerling is noodzakelijk. Leerlingen worden gevolgd in hun ontwikkelingsproces door gerichte leerlingzorg. Aan leerlingbegeleiding zijn twee aspecten te onderscheiden:

  • vakinhoudelijke begeleiding
  • sociaal-emotionele begeleiding

Deze aspecten zijn echter niet strak te scheiden. Docenten en mentoren houden zich nadrukkelijk met de totale begeleiding bezig.

Trajectvoorziening

De trajectvoorziening is bedoeld voor leerlingen die extra begeleiding nodig hebben vanwege een onderwijsbelemmering, zodat zij zich kunnen handhaven op hun huidige opleidingsniveau. De ondersteuning heeft geen vakinhoudelijk karakter, maar richt zich onder andere op het versterken van de 'schoolvaardigheden'. De deelnemers van de trajectvoorziening blijven de reguliere lessen volgen en krijgen de mogelijkheid om voorafgaand, tijdens en na schooltijd gebruik te maken van de trajectvoorziening. We proberen zo veel mogelijk maatwerk te leveren.

Met alle betrokkenen, de leerling, de mentor en de ouders/verzorgers, wordt afgesproken wanneer, met welke frequentie en met welk doel de trajectvoorziening door de leerling wordt bezocht. Tijdens de geboden ondersteuning worden de leerlingen gevolgd in hun ontwikkeling en resultaten. De ondersteuning is doelgericht en de duur van de ondersteuning wordt hierop afgestemd.

De doelgroep van de trajectvoorziening betreft leerlingen die door de zorgcoördinator en afdelingsleider zijn geselecteerd op voordracht van de mentor. Voor de invoering van Passend onderwijs waren dit leerlingen met een REC 3 en 4 indicatie.

Passend onderwijs

In 2014 is de Wet Passend Onderwijs van kracht gegaan. Dit heeft gezorgd voor een aantal veranderingen voor leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben om onderwijs te kunnen volgen.
Ouders moeten bij de aanmelding vermelden dat hun kind extra ondersteuning nodig heeft; de school kijkt dan in overleg met ouders en leerling of het die ondersteuning kan bieden. Is dat niet het geval, dan zoekt de school naar een andere school die de ondersteuning wel kan bieden (dit heet zorgplicht).

De extra ondersteuning die de leerling nodig heeft, kan op de volgende manieren geboden worden in het reguliere onderwijs:

  • De leerling krijgt ondersteuning in de trajectvoorziening. Elke vo-school in Zuid-Kennemerland heeft een trajectvoorziening of een ondersteuningsstructuur die daarmee vergelijkbaar is
  • Als de leerling geen passende ondersteuning kan krijgen in de trajectvoorziening, bijv. bij langdurige ziekte, kan het samenwerkingsverband een onderwijsarrangement toewijzen. Dit is ondersteuning op maat.

Als het speciaal onderwijs de beste plaats is voor de leerling, vraagt de school een 'toelaatbaarheids-verklaring' aan bij het samenwerkingsverband.
Zit de leerling al in het speciaal onderwijs? Dan is de REC-indicatie nog één jaar geldig. In die twee jaar wordt beoordeeld of speciaal onderwijs het meest passende vervolgtraject is of dat de leerling met extra ondersteuning naar het reguliere onderwijs kan.
Er wordt altijd gekeken naar wat de leerling nodig heeft. Dat gebeurt in overleg tussen school, ouders en leerling. Op grond daarvan wordt passende ondersteuning toegewezen.

Voor meer informatie:

In het kader van Passend onderwijs stelt iedere school het ondersteuningsprofiel vast.

Studiebegeleiding

Studiebegeleiding wordt aan alle leerlingen gegeven door de mentor. Leerlingen die specifieke studieproblemen ondervinden, worden doorverwezen naar: spelling- en taalhulp of naar een remedial teacher.
De decanen adviseren over studiemogelijkheden (na het Mendelcollege) of over beroepskeuze.

Dyslexie

Dyslectische leerlingen nemen aan het begin van de brugklas deel aan een opstapcursus dyslexie. De cursus wordt voorafgegaan door een informatieavond voor ouders, waarin wordt uitgelegd hoe je het best om kunt gaan met dyslexie in het voortgezet onderwijs.
Tijdens de opstapcursus krijgen leerlingen extra tips en oefeningen aangeboden in het leren van de woordjes Engels en Frans. Ook leren ze mind-maps maken, een manier om lastige teksten te begrijpen en te leren. Verder krijgen ze handvatten hoe om te gaan met dyslexie in het voortgezet onderwijs.

Leerlingen die beschikken over een officiële dyslexieverklaring van een orthopedagoog, hebben recht op bepaalde faciliteiten:

  • Extra tijd voor proefwerken en overhoringen.
  • Het aantal spelfouten dat meetelt bij het werk is aan een maximum gebonden.
  • Extra mondelinge overhoringen.
    Als bij een overhoring de spelling grotendeels het cijfer bepaalt, kan aan de leerling de gelegenheid gegeven worden om door middel van een mondelinge overhoring het cijfer te compenseren.    
  • Gebruik van gesproken boeken/eigen laptop
    Voor het beluisteren van gesproken boeken is soms speciale apparatuur of software nodig. De ouders zullen zelf voor deze faciliteiten moeten zorgen. Informatie: www.dedicon.nl
  • Examentijdverlenging
    De door de overheid verleende faciliteiten voor dyslectische leerlingen zijn vastgesteld in het Examenreglement. Dit is te vinden op de website van het Ministerie van onderwijs.

Sociaal-emotionele begeleiding

Sociaal-emotionele begeleiding wordt gegeven door: councelors, faalangstreductietrainers, sociale vaardigheidstrainers, een maatschappelijk werker en een coach jeugd en gezin. De vertrouwenspersonen voeren met individuele leerlingen gesprekken.

Voor meer informatie over leerlingbegeleiding verwijzen we ouders en leerlingen naar intranet.

CJG-coaches

De coaches Jeugd en gezin zijn medewerkers van verschillende Jeugdzorginstantieszij werken volgens het principe "één gezin één plan".

Doel van de CJG-coaches is ouders en jongeren steun te bieden en zo snel en integraal, maar ook zo licht als mogelijk, hulp te bieden. De coaches kunnen zelf (licht ambulante) hulp verlenen of rechtstreeks (specialistische) zorg inschakelen. Het verwijzen door de CJG-coaches komt in plaats van de huidige indicaties die verleend worden door Bureau Jeugdzorg.

Op het Mendelcollege fungeert de CJG-coach als schakel tussen onderwijs en hulpverlening.

Anti-pestcoördinator

Als anti-pestcoördinator is mevrouw C.A.Th.B. van Jaarsveld aanspreekpunt voor ouders en leerlingen in het kader van het antipestbeleid. In pestsituaties wordt in eerste instantie de mentor benaderd. Deze zal, indien nodig, ondersteund worden door de betreffende afdelingsleider en de anti-pestcoördinator. In overleg met de leerling wordt een plan van aanpak opgesteld. De anti-pestcoördinator organiseert en begeleidt onder andere de no-blame aanpak, herstelrechtgesprekken en mediations. Op intranet staat meer informatie over het antipestbeleid.

Bij ernstige zorgen kan direct contact opgenomen worden met de anti-pestcoördinator mw. C.A.Th.B. van Jaarsveld.

Ontdek je talenten